Van Seumeren: Ik kan bikkelhard zijn
In april is het alweer twee jaar geleden dat Frans van Seumeren vanuit het niets op het toneel verscheen als de redder van FC Utrecht. De club dreigde weg te zakken naar een marginaal bestaan in de eredivisie, toen zich dankzij de gefortuneerde supporter ineens een veelbelovende toekomst aandiende.Zijn advocaat raadde Van Seumeren de overname ernstig af en achteraf moet de zakenman bekennen dat het hem niet is meegevallen wat hij aantrof in de Galgenwaard
maar zijn ambitie is onverminderd. „Ik ben een idioot om deze uitdaging aan te gaan, maar ik houd van ultieme uitdagingen.” Aanvankelijk dacht Van Seumeren de club op afstand te kunnen besturen, maar al snel merkte hij dat dit niet kon. „Ik ben geschrokken van wat ik aantrof bij FC Utrecht. Het niveau in alle lagen van de organisatie heeft me zeer verbaasd. Het was hoognodig om een cultuuromslag tot stand te brengen. Sinds kort ben ik zelfs drie dagen per week op de club om erbovenop te zitten. Als er mensen zijn die niet mee willen gaan in de cultuuromslag, moet je gewoon afscheid van ze nemen. Daarin kan ik bikkelhard zijn.” „Het leiden van een club is moeilijker dan ik had verwacht. Wat ik toch heb onderschat, is dat je publiek bezit wordt. Rondom de ontslagen schrok ik van alles wat op me afkwam. Een vriend van mij zei: ’Frans, jij bent een masochist om dit te doen’. Daarin heeft hij eigenlijk wel gelijk.” „Op zulke momenten vraag je je wel eens af, waarom je het allemaal doet. Het heeft veel met mijn liefde voor de stad Utrecht te maken.
Van mijn 23e tot en met mijn 55e heb ik voor ons bedrijf de hele wereld over gereisd. Vliegtuig in, vliegtuig uit. Wat ik nu doe, voelt als thuiskomen. Ik kom bij FC Utrecht jongens tegen met wie ik op school heb gezeten, mannen tegen wie ik als speler van De Meern heb gevoetbald. Een van de mooiste momenten van de wedstrijddagen vind ik, als ik aan kom rijden en ik zie al die mensen vanuit de stad naar het stadion lopen.” „Ik sprak laatst Herman van Veen en die zei: ’Ik hoop dat ze in de hemel Utrechts praten’. Dat zijn woorden recht uit mijn hart. Ik voel een sterke verbondenheid met de stad, de Utrechtse mensen, de Utrechtse taal. In mijn hbs-tijd heb ik heel wat uren rondgedwaald over de grachten en feestjes gevierd in de werfkelders. Als jochie ging ik vaak naar Elinkwijk, een van de clubs waar FC Utrecht uit is voortgekomen. Daar voetbalden Sparendam, Mijnals en Kruin, de eerste Surinamers op de Nederlandse velden, maar ook Beertje Kreijermaat, die later naar Feyenoord ging.” „Het ondernemen zit me in de genen. Mijn opa’s waren echte ’selfmade men’. De ene grootvader, die ook Frans van Seumeren heette, had een teerhandel, deed in ijzer en had een rederij. Opa Jan Jongerius, van moederskant, had in Utrecht een hoveniersbedrijf aan het Merwedekanaal, maar begon al snel een handel in olie en auto’s. In de jaren dertig reisde hij naar Amerika om contracten af te sluiten met Texaco en Ford. De zaken gingen hem goed en hij liet een voor die tijd moderne villa bouwen. Een beetje in de stijl van de architect Frank Lloyd Wright. Die monumentale villa van ’Jan Ford’, zoals hij in Utrecht werd genoemd, laten we nu restaureren, net als het familielandgoed Huize Voorn in De Meern, waar ik ben opgegroeid.” „Ik knokte niet alleen met mijn medescholieren, maar ook met de paters” „Als kind zijn we opgevoed met zakelijk instinct, maar ook het sociale aspect was heel belangrijk. Bij ons thuis waren we met elf kinderen, maar vaak zaten er een stuk of achttien aan tafel. Iedereen was welkom. Als er sociale problemen waren met mensen uit het bedrijf, dan stonden mijn ouders altijd klaar. Allebei kwamen ze uit grote echt Utrechtse katholieke families. Mijn opa Jan was kerkmeester in de Sint-Antonius kerk en mijn opa Frans in de Gerardus Majella kerk. Na de lagere school werd ik naar het pensionaat Sint-Louis in Amersfoort gestuurd.
Dat paste in de traditie van het rijke roomse milieu, maar is voor mij geen goede ervaring geweest. Zoiets moet je niet doen met kinderen.” „Op dat pensionaat was ik een voorvechter. Ik kwam op voor mijn medescholieren. Gevolg was dat ik veel straf kreeg. Het systeem was verschrikkelijk, want ze pakten je terug op wat je het liefst deed: naar huis gaan. Ik heb heel wat weekeinden verplicht op het pensionaat door moeten brengen. Ernaast was een meisjespensionaat. Ik was op mijn vijftiende de eerste van mijn jaargenoten met een vriendinnetje. ’s Avonds klom ik over het hek en rondom het pensionaat lagen allemaal bossen, waar ik met mijn meisje mijn eerste vrijages had.” „Het was geen gemakkelijke tijd. Als het nodig was, sloeg ik erop los. Ik knokte niet alleen met mijn medescholieren, maar ook met de paters. Die broeders waren redelijk handtastelijk. Wat je hoort over misstanden in dit soort instellingen in Ierland, speelde hier ook. Maar niet bij mij. Ik was een stevige jongen. Ik kan me herinneren dat een broeder me naar de bibliotheek meenam om me eens flink af te ranselen. Hij deed de deur dicht en zijn pij uit, maar voordat hij mij kon slaan, had ik hem al geslagen. Dat is een enorme vechtpartij geworden. De boeken vielen aan alle kanten uit de kasten.” „Op mijn 19e ben ik als planner in het bedrijf van mijn vader komen werken. Ik kwam binnen als die vrijgevochten, eigenzinnige jongen. Mijn vader heeft me dat baantje volgens mij vooral gegeven vanuit de gedachte: ’er moet toch iets van die jongen terechtkomen, laat ik hem maar in het bedrijf nemen’. In mijn jeugd had ik niet zo’n intieme relatie met mijn vader, maar toen ik bij hem kwam werken, onderkende hij wel heel snel dat ik bepaalde gaven had.”
„In 1974 ben ik algemeen directeur geworden. Al snel zetten we een groei in. Het succes van ons bedrijf is een combinatie geweest van lef om te investeren en iets meer inhoud dan onze concurrenten. Ik sprak door mijn hbs-achtergrond Duits, Frans en Engels en waar collega-bedrijven puur regionaal bleven werken, gingen wij meteen landelijk opereren en snel daarna ook de grens over. Onze kracht was dat we bleven innoveren. We zorgden ervoor altijd de kraan te hebben met de grootste capaciteit hijsvermogen die te krijgen was. Als we die ophaalden bij de fabriek, bestelden we al direct de opvolger, zodat we ook daarmee de eerste zouden zijn.” „Mammoet was in onze branche altijd het grote voorbeeld. Als jongetje keek ik al naar dat bedrijf op. Dat we in 2000 met het familiebedrijf Mammoet wisten over te nemen van Nedlloyd, was iets heel bijzonders. Maar dat succes valt toch in het niet bij de emoties na de berging van de atoomonderzeeër Koersk. Dat was een onmogelijke uitdaging met zo veel ingewikkelde kanten. De onderhandelingen met de Russen hebben dagenlang geduurd. Wij waren met zijn zessen, tegenover ons zat een delegatie van 120 man. Er leek geen einde aan te komen. Toen heb ik de leider van de Russische delegatie, Igor Spassky, apart genomen en gezegd: ’We gaan het doen en we zullen veel problemen tegenkomen, maar ik zal jou altijd dekken en jij mij.’ We hebben de handen geschud en zoals we het hebben afgesproken, is het ook gegaan.” „Het pro„Het bleem met dergelijke megacontracten, is dat er altijd wel een aanleiding is om het juridisch aan te vechten. Het is een groot compliment dat we de de advocaten buiten de deur hebben gehouden. Tot op de dag van vandaag krijg ik van Spassky uitnodigingen voor zijn verjaardag en als ik in Sint Petersburg kom, word ik als een vorst ontvangen.” „Ik heb altijd iets gehad met Rusland. Ik lees graag en ben een groot aanhanger van de grote Russische schrijvers, zoals Dostojevski, Tsjechov en Toergenjev. Die voorliefde voor Rusland heeft misschien iets te maken met mijn liefde voor kou, schaatsen, ijs, sneeuw, bossen en wildernis. Ik heb niet voor niets drie keer de Elfstedentocht geschaatst. Eén keer op eigen titel, de tweede keer onder de naam van J.J. de With en de derde keer zwart. Ook ben ik naar de Noordpool geweest en door de Russische wouden naar Sint Petersburg gefietst.Ja
Dat trekt me allemaal op de een of andere raadselachtige manier enorm aan.” „Het grote verschil tussen Scheringa en mij is dat ik mijn eigen geld in de club heb zitten” „Op 5-5-2005 werd ik 55 en ben ik gestopt met werken. Vanaf mijn negentiende zat ik in de zaak en ik heb altijd keihard gewerkt. Toen ik bij het bedrijf begon, werkten we met 20 à 25 man personeel. Bij mijn vertrek in 2005 hadden we 2000 werknemers en vijftig vestigingen wereldwijd. Mammoet was het toonaangevende bedrijf in zwaar transport en hijswerk. Na al die jaren vond ik het tijd voor andere dingen. Met mijn vrouw ben ik toen van Harmelen naar Athene gelopen. Op een ochtend hebben we een rugzak gepakt en zijn we de voordeur uitgestapt. De eerste etappe was naar Vianen en het regende dat het goot. Bij IJsselstein gingen we op een bankje langs de Hollandse IJssel zitten en toen hebben we tegen elkaar gezegd: ’dit kan toch eigenlijk niet’. Toch zijn we doorgegaan en het is een fantastische ervaring geworden. Op 27 oktober stonden we voor de Acropolis in Athene. Daarna hebben we overwinterd op een Grieks eiland en begin maart 2006 zijn we naar Alicante in Spanje gevlogen en van daaruit zijn we naar huis gelopen. Rond 1 augustus waren we weer in Harmelen.” „Ik pak de dingen graag groot aan, met alles wat ik doe. Ik kan ook helemaal niet tegen geneuzel. Daar krijg ik de kriebels van. In mijn Mammoet-periode ben ik verschrikkelijk verwend geweest met de mensen om me heen. Dat enthousiasme, die gedrevenheid en dat lef probeer ik er hier bij FC Utrecht ook in te krijgen.”
„Ondertussen moet ik mijn emoties in bedwang houden, zodat ik niet zo gek ga doen, dat ik mijn hele vermogen in een voetbalclub ga stoppen. Gevoelsmatig is dit wel het goede moment om te investeren. Het gat tussen het linker- en het rechterrijtje in de eredivisie wordt steeds groter. Voor een Scheringa-scenario hoeven ze bij FC Utrecht niet bang te zijn. Het grote verschil tussen Scheringa en mij is dat ik mijn eigen geld in de club heb zitten en hij bij AZ het geld gebruikte dat bij hem in bewaring was gegeven.” „Ik denk er momenteel over na om in mijn holding, waar ik behalve FC Utrecht andere zakelijke belangen in heb zitten, een algemeen directeur te benoemen, zodat het allemaal door kan gaan, als ik onverhoopt het loodje leg. Het leven is zo vergankelijk. Ik word dit jaar zestig. Stel dat ik tachtig word, maar daarna zal het toch wel over zijn. Dan wil ik toch iets hebben achtergelaten. Daarom laat ik die oude huizen restaureren. Zo kijk ik ook naar FC Utrecht. Ik wil hier een mooie club neerzetten, die jaren vooruit kan.”

geschreven door *_*, januari 23, 2010
geschreven door herman van der pol, januari 23, 2010











